Kinderopvang OOK en het Natuurhuis slaan de handen ineen.

Kennis voor NME
 
01 november 2010

Kinderopvang OOK en het Natuurhuis slaan de handen ineen.

 Kinderopvang OOK wil, naast het gebruik van alle prachtige spel- en speelmaterialen die in de winkel te koop zijn, kinderen inspireren met de mogelijkheden die de natuur biedt. Alle medewerkers van Kinderopvang OOK worden het komende jaar hiervoor getraind door het Natuurhuis. Het Natuurhuis gaat voor een aantal locaties samen met kinderen, medewerkers en ouders analyseren hoe de tuinen uitdagender kunnen worden ingericht. Het Natuurhuis biedt al educatieve activiteiten aan het onderwijs, maar gaat voor Kinderopvang OOK een programma ontwikkelen waarmee kinderen vooral plezier kunnen beleven aan de natuur. Door de samenwerking met Kinderopvang OOK richt het Natuurhuis zich niet meer alleen op kinderen van 4 tot 18 jaar, maar nu ook op kinderen in de peuterleeftijd. Bij het opstarten van deze samenwerking worden Het Natuurhuis en Kinderopvang OOK ondersteund door Veldwerk Nederland.

 

De samenwerking tussen het Natuurhuis en kinderopvang OOK is onderdeel van het Arrangement ‘NME ambities Apeldoorn in uitvoering’ Waarmee de gemeente Apeldoorn de effectiviteit van NME wil vergroten door onder andere meerdere doelgroepen te bereiken. Het Arrangement wordt mede mogelijk gemaakt door het programma NME.  Het programma NME financiert kansrijke NME-initiatieven waarbij verschillende partijen samenwerken aan goede NME. Meer informatie staat op de website www.nme.nl.

 

Op 25 oktober werd de intentieverklaring ondertekend en ging het trainingstraject van start van alle pedagogisch medewerkers van Kinderopvang OOK. Op de foto ziet u de eerste groep pedagogische medewerkers die samen met wethouder Olaf Prinsen de praktijkoefening uitvoerde; hoe beleef je de natuur met andere zintuigen dan je ogen?

 

 

 

 

 

 

 

reageren op deze pagina

 

Delen |
 
NMEpodium is een samenwerkingsverband van IVN, GDO, Veldwerk Nederland, SMEAdvies en VVM Sectie NME en is financieel mogelijk door het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.