Vrije tijdsbesteding van kinderen

Wiki NME Podium
 

Vrije tijdsbesteding van kinderen

A.A. Mabelis (Bram)24 april 2014 - A.A. Mabelis (Bram), Externe medewerker, Alterra Wageningen UR

 

De mogelijkheden van jongeren om buiten te spelen is afgenomen, vooral in de stad. De keuzemogelijkheden om zich binnenshuis te vermaken zijn daarentegen toegenomen. Kinderen bezitten tegenwoordig veel speelgoed en ze kunnen hun tijd eveneens besteden aan ‘chatten’ met een smart phone, het gebruik van een  tablet, het kijken naar een TV programma of een film op DVD.

Blijft er dan nog voldoende tijd over om buiten te spelen en ervaringen op te doen in de natuur?  Door middel van een enquête onderzoek is getracht deze vraag te beantwoorden.

 

Minder tijd voor natuurbeleving?

Enkele jaren geleden heeft Celine van den Boorn (2007) onderzoek gedaan aan de vrije tijdsbesteding van 325 leerlingen van zeven basisscholen, verspreid over Amsterdam (4x) en dorpen in de omgeving ervan (3x). De leerlingen werd gevraagd  enkele vragenlijsten in te vullen.

De resultaten laten zien dat de helft van de kinderen gemiddeld meer dan een uur per dag naar de televisie of een film op DVD kijken. Bovendien houdt bijna de helft (48 %) van de kinderen zich  dagelijks meer dan een uur met internet bezig. In die categorie valt ook MSN en het sturen van berichtjes (‘chatten’).  Verder geeft 26 % van de leerlingen aan dat ze meer dan een uur per dag computerspelletjes spelen. Een ruime meerderheid (55 %) zou zelfs minimaal twee uur/dag besteden aan TV, computerspelletjes en/of internet. Als we aannemen dat de cijfers betrouwbaar zijn dan mogen we verwachten dat de kinderen weinig tijd over houden om buiten te spelen. Dat lijkt echter mee te vallen: 70 % van hen geven te kennen dat ze dagelijks meer dan een uur buiten spelen (figuur 1).  Het buitenspel vindt meestal plaats op het schoolplein, een kinderspeelplaats, een voetbalveldje en de straat. Vergelijkend onderzoek onder 50 dertigers die een vragenlijst over hun jeugd hebben ingevuld geeft sterke aanwijzingen dat kinderen minder vaak en minder lang buiten in de natuur spelen dan zo’n 20 jaar geleden. De auteur van het rapport stelt dat de invloed van basisscholen met betrekking tot de mogelijkheid om kinderen in contact te brengen met de natuur zich in de afgelopen 20 jaar negatief ontwikkeld heeft en wel op drie punten: aanwezigheid van natuur bij de school, het aantal lessen over natuur in de school en het aantal lessen buiten in de natuur. Dit zou invloed kunnen hebben op de interesse van leerlingen voor de natuur. De auteur stelt dat die interesse de afgelopen 20 jaar is afgenomen.

                   

Figuur 1. Tijdsbesteding leerlingen van zeven basisscholen. Leeftijd 10-13 jaar,

( n = 325); naar van den Boorn (2007).

 

Recent enquête onderzoek

Bovenstaand onderzoek was aanleiding  om de leerlingen van twee basisscholen in Amerongen te vragen naar de besteding van hun vrije tijd. Met het oog op de natuurrijke omgeving van dit dorp zouden kinderen  meer met de natuur in aanraking kunnen komen dan kinderen die in een stad opgroeien. Door middel van onderstaand formulier werden vragen gesteld over het aantal uren per week die ze aan een bepaalde activiteit besteden.

 

Activiteit 0-1 1-5 5-10 >10
Smart phone, tablet        
TV en/of DVD kijken        
Computer(spelletjes)           
Buiten in natuur        
Buiten in dorp        
Anders (sport, muziek lezen,
spelen, enz.)
       

 

De vragenlijst is zo samen gesteld dat hij gemakkelijk voor een leerling is in te vullen, eventueel met hulp van ouders. Het zijn nogal grove categorieën, waarbij individuele verschillen weg vallen. Er kunnen dan ook geen uitspraken worden gedaan over de kwaliteit van de tijdsbesteding. Zo kan er van een computer gebruik worden gemaakt voor spelletjes of om het een en ander op te zoeken met Wikipedia en bij het kijken naar een TV- uitzending kan het gaan om een kinderprogramma, een natuurfilm of om louter vermaak. De categorie “anders” is een restcategorie waaruit evenmin iets valt op te maken wat de kwaliteit van de tijdsbesteding betreft.

Het doel van de vragenlijst is na te gaan hoeveel tijd kinderen in de natuur doorbrengen ten opzichte van andere activiteiten. Bovendien zouden we willen weten of er relatief veel tijd wordt besteed aan activiteiten binnenshuis waardoor er te weinig tijd over zou kunnen blijven voor lichamelijke activiteiten buitenshuis, zoals spelen, voetballen, wandelen en fietsen, al kan een gebrek aan beweging ten dele worden opgevangen door sportactiviteiten binnenshuis.

 

Resultaten

In totaal hebben bijna 100 leerlingen het vragenformulier ingevuld. Van de groep van 70 kinderen in de leeftijd van 9 – 11 jaar zou 2%  zich meer dan 10 uur/week met een tablet bezig houden, 19% meer dan 10 uur/week naar een film op TV/DVD kijken en 3% meer dan 10 uur/week de computer gebruiken. In het laatste geval gaat het voornamelijk om gebruik van het internet. Hoe vaak komen deze kinderen nog buiten? Van de leerlingen komt 29% minder dan een uur/week in de natuur en 17% minder dan een uur/week  buiten in het dorp (figuur 2). 

    

           

          

Figuur 2. Tijdsbesteding leerlingen van twee basisscholen (in %).

 Leeftijd: 9-11 jaar (n = 70).

 

De verschillen tussen jongens en meisjes zijn niet significant, al nemen de verschillen toe in de hogere leeftijdscategorie (11-12 jaar). De jongens zouden meer tijd besteden aan de computer (PC) dan meisjes van die leeftijd en de meisjes zouden wat vaker naar TV programma’s  kijken (figuur 3).

         

       

      

Figuur 3. Verschil in tijdsbesteding tussen jongens (m) en meisjes (v);

 Leeftijd: 9-11 jaar  (m = 19, v = 24)

 

In figuur 4 is de tijdsbesteding van een jongere leeftijdsgroep (4-8 jaar) weergegeven.  Het valt op dat deze jonge kinderen minder gebruik maken van tablet (+ smart phone) en de computer dan de oudere leeftijdsgroep (zie figuur 2). Er werd nogal eens opgemerkt dat hij of zij er in het geheel geen tijd aan besteedt. Bovendien zouden de jongeren minder TV kijken. Ze komen daarentegen vaker in de natuur. De oudere leerlingen zouden meer tijd besteden aan andere bezigheden (categorie ‘anders’).

      

              

Figuur 4. Tijdsbesteding leerlingen in de leeftijd van 4-8 jaar (n = 27)

 

Om de resultaten van figuur 1, waar de tijdsbesteding in uren/dag is weergegeven, te kunnen vergelijken met die van figuur 2, waar de bestede tijd in uren /week is uitgedrukt, zal het bestede aantal uren/dag met zeven moeten worden vermenigvuldigd. Bijvoorbeeld: 75 % van de 325 leerlingen, voornamelijk stadskinderen, besteedt ongeveer een uur (24 %) of meer per dag (51 %) aan het kijken naar een TV programma en/of een Video film (figuur 1). Per week zou dus 75% (24 + 51%) van de leerlingen er 7 uur of meer tijd aan besteden. Van de leerlingen van de twee baisisscholen in Amerongen zou 37 % er 5-10 uur en19 % meer dan 10 uur per week aan besteden. In totaal dus 56% meer dan 5 uur (figuur 2). Wat betreft het gebruik van de computer en internet zijn de verschillen nog duidelijker. Volgens het eerder uitgevoerde onderzoek zou 27 % van de jongeren meer dan 1 uur/dag (= >7 uur/week) met computerspelletjes bezig zijn (figuur 1), terwijl 12 %  (10 % + 2 %) van de leerlingen van de basisscholen in Amerongen meer dan 5 uur/week besteden aan het spelen met smart phone of tablet (figuur 2). Ook wat betreft het toepassen van internet zijn er grote verschillen. Van den Boorn (2007) vond dat 48 % van de scholieren meer dan 7 uur/week aan internet applicaties besteedde, terwijl 13 % (10 % + 3 %) van de leerlingen van de basisscholen in Amerongen er meer dan 5 uur/week mee bezig is (figuur 2). Op grond van deze verschillen zouden leerlingen van Amerongse basisscholen meer tijd overhouden om buiten te spelen dan de iets oudere leeftijdsgroep die door van den Boorn zijn ondervraagd. Deze komen voor een groot deel uit de stad en hebben ten dele een andere culturele achtergrond. Uit de resulaten blijkt echter niet dat deze kinderen minder vaak buiten komen, integendeel zelfs: 70 % van laatsgenoemde leeftijdsgroep geeft aan meer dan 1 uur/dag (= > 7 uur/week)  buiten te spelen, terwijl 21 % (12 % + 9 %) van de Amerongse scholieren meer dan 5 uur/week buiten in de natuur komt en 45 % (28 % + 17%) meer dan 5 uur/week buiten in het dorp. Dat betekent dat slechts 33 % van deze leerlingen meer dan 5 uur/week buiten komt. Het verschil met eerder onderzoek is wel erg groot. In Amerongen kunnen kinderen vrijwel niet buiten spelen door de drukte van het gemotoriseerde verkeer, maar dat zal in een stad niet veel anders zijn.

 

Discussie

Leerlingen van twee Amerongse basisscholen zouden minder tijd aan het gebruik van moderne communicatie middelen, zoals  internet, smart phone, tablet en MSN, besteden dan de leerlingen van zeven andere basisscholen, waar al eerder een dergelijk onderzoek is uitgevoerd (van den Boorn 2007). Oudere kinderen van de Amerongse basisscholen (9-11 jaar) besteden er wel meer tijd aan dan jongere kinderen (4-8 jaar). Bij de oudere leeftijdsgroep brengen jongens meer tijd achter de computer door  dan meisjes. Bij de jongens zijn enkele uitschieters van meer dan 20 uur/week dat ze internet gebruiken. De tijd dat er naar televisie of een DVD film wordt gekeken komt daar nog bij. Het gebruik van moderne communicatiemiddelen zou toe kunnen nemen naarmate ze ouder worden. Leerlingen van middelbare scholen zenden veel berichten (‘chatten’) via SMS en MSM in een taal vol afkortingen en kennen de weg op internet beter dan wie dan ook. Dit behoeft nog niet te leiden tot een verslaving, maar andere activiteiten komen er wel door in het gedrang, zoals het spelen, wandelen en fietsen in de vrije natuur, zoals blijkt uit een onderzoek onder 420 teenagers in de leeftijd van 15-18 jaar (Verboom & Meier 2004). Contact met de natuur is voor de ontwikkeling van kinderen van belang (Mabelis 2005, Louv 2006). Bij de inrichting van het openbare groen zou daar rekening mee gehouden kunnen worden. In een recent onderzoek werd aan 7600 kinderen tussen 4 en 16 jaar gevraagd of de natuur dichtbij is (Natuurmonumenten 2013). Het resultaat is bemoedigend: 54 % van de ondervraagden ervoeren de natuur “heel dichtbij” en 39 % “een beetje dichtbij”. In feite kan het hier gaan om een natuurgebied, een park of een mierennestje onder een stoeptegel voor het woonhuis. Verreweg de meeste kinderen (96 %) gaven aan de natuur “leuk” te vinden en dat ze liever buiten spelen (34 %) dan binnen (5 %). Zonder natuurervaring op jonge leeftijd zullen mensen ook later het belang van natuurbehoud niet kunnen inzien. Dit kan belangrijke gevolgen hebben, want jongeren van nu kunnen de beslissers van morgen worden. Buitenlessen en de aanleg van enkele tuintjes nabij de school zou het gemis aan contact met de natuur ten dele kunnen compenseren en natuurvervreemding kunnen tegen gaan (Mabelis 2012), maar de invloed van ouders in de wijze waarop kinderen met de natuur in aanraking komen is essentieel. De gepresenteerde cijfers hebben een beperkte geldigheid en moeten met de nodige scepsis worden bekeken, maar als de enquête aanleiding heeft gegeven om na te denken hoe kinderen hun vrije tijd evenwichtig kunnen besteden, dat wil zeggen dat er voldoende tijd over blijft om ook in de natuur ervaringen op te doen, dan heeft het onderzoek aan het gestelde doel voldaan. 

 

A.A. Mabelis (Bram)

Alterra, Wageningen – UR

e-mail: bram.mabelis@wur.nl

 

Geciteerde literatuur

Boorn, C. van den, 2007. Boomhut of chatroom?  Een onderzoek naar de natuurinteresse van Nederlandse kinderen in 2006 en 20 jaar eerder. Doctoraal scriptie, VU Amsterdam, Faculteit Sociale Wetenschappen; 120 p.

Louv, R., 2007. Het laatste kind in het bos - hoe we onze kinderen in contact brengen met de natuur. Uitg. Jan van Arkel, Utrecht; 381 p.

Mabelis, A.A. (2005). Opinions of children about loss of nature. Southern African Journal of Environmental Education, 22: 123-136.

Mabelis, A.A., 2012. Natuurvervreemding. Dorp & Natuur. Tijdschrift van de Vereniging voor Dorp en Natuur (Amerongen- Leersum), 58: 7-8.

Natuurmonumenten, 2013. Geef kinderen meer ruimte om natuur te ervaren. OERRR, 1 p.

Verboom, J & U. Meier, 2004. Teenagers and biodiversity: Worlds apart? An essay on young people’s views on nature and the role it will play in their future. Alterra, Wageningen – UR; 34 p.

 

Summary

Possibilities for children to play outside home have decreased during the last decades, especially in cities. In contrast to this, the possibilities for amusing oneself  indoors have increased. Nowadays children own a lot of toys and they can spend their free time chatting by smart phone, using a tablet and watching TV or a film on DVD. How much of their free time will be left for experiencing nature?

In trying to answer this question an inquiry was held in a few basic schools. The results give an impression about the lack of time for spending activities outdoors in nature. The figures give food for thought, although they should be judged with some scepticism in view of the small sample.

 

 

Hak van Nispen tot Pannerden

Meer duurzame scholen noordelijke provincies door samenwerking

13-02-2017 - Hak van Nispen tot Pannerden, Directeur SME Advies

 

Hak van Nispen tot Pannerden

Mars Ambassador Program

05-12-2016 - Hak van Nispen tot Pannerden, Directeur SME Advies

 

Hak van Nispen tot Pannerden

Buurtbaten

13-06-2016 - Hak van Nispen tot Pannerden, Directeur SME Advies

 

Stan Frijters

Leren voor Duurzame Ontwikkeling. Gewoon doen!

07-03-2016 - Stan Frijters, Projectleider/docent Stoas Vilentum Hoogeschool

 

Hak van Nispen tot Pannerden

Groen Gaat Goed

15-02-2016 - Hak van Nispen tot Pannerden, Directeur SME Advies

 

Hak van Nispen tot Pannerden

Veranderen door de ‘grootst mogelijke kleine stap’

14-09-2015 - Hak van Nispen tot Pannerden, Directeur SME Advies

 

 Hak van Nispen tot Pannerden

Sociale verzorgingsstaat of een sociale samenleving?

27-07-2015 - Hak van Nispen tot Pannerden, Directeur SME Advies

 

Bart de Koning

Cursus Peuters in het Wild

18-05-2015 - Bart de Koning, Natuur is een feest

 

Hak van Nispen tot Pannerden

Samen leven in de energieke samenleving

04-05-2015 - Hak van Nispen tot Pannerden, directeur SME Advies

 

Hak van Nispen tot Pannerden

Reisleiders in Duurzaamheid

16-03-2015 - Hak van Nispen tot Pannerden, directeur SME Advies

 

Jeroen Onck

NME make-over

22-01-2015 - Jeroen Onck, Senior adviseur Utrecht Natuurlijk

 

Jan van Boeckel

Artbased environmental education

24-12-2014 - Jan van Boeckel, Adjunct and Program Director in Design Theory at Iceland Academy of the Arts

 

Vivian Siebering

Bomen groeien níet tot in de hemel

14-11-2014 - Vivian Siebering, Eigenaar ViSie Training & Advies

 

Linda IJmker

Laatste dag UNESCO Conferentie

12-11-2014 - Linda IJmker, Manager GroenGelinkt

 

Linda IJmker

Shaping the future we want

11-11-2014 - Linda IJmker, Manager GroenGelinkt

 

Linda IJmker

GroenGelinkt in het Japans

09-11-2014 - Linda IJmker, Manager GroenGelinkt

 

Jeroen Onck

Natuur biedt leerzame perspectieven. NME omarmt “Leren van de natuur”

20-08-2014 - Jeroen Onck, Senior consulent natuur, milieu en duurzaamheid bij Gemeente Utrecht

 

Petra Jansen, Farasha Educatief

Een andere blik op een betere wereld

14-07-2014 - Petra Jansen, Farasha Educatief , Petra Jansen werkt bij Veldwerk Nederland, geeft les op de Marnix Academie en heeft een eigen bedrijfje Farasha Educatief. www.farasha-educatief.org

 

Chantal Overgaauw

Regels frustreren vergroening buitenruimte

03-07-2014 - Chantal Overgaauw, Woordlicht, communiceert over natuur en NME, traint docenten/pedagogisch medewerkers en neemt kinderen mee naar buiten.

 

Hak van Nispen

Meestribbelaars

16-06-2014 - Hak van Nispen, Directeur SME Advies

 

Arjen Wals

Education and citizen science

24-05-2014 - Arjen Wals, Professor of Social Learning and Sustainable Development

 

A.A. Mabelis (Bram)

Vrije tijdsbesteding van kinderen

24-04-2014 - A.A. Mabelis (Bram), Externe medewerker, Alterra Wageningen UR

 

Chantal Overgaauw, Woordlicht

Regen

12-02-2014 - Chantal Overgaauw, Woordlicht, communiceert over natuur en NME, traint docenten/pedagogisch medewerkers en neemt kinderen mee naar buiten.

 

Jeroen Onck

Nieuwjaarsfabel

06-01-2014 - Jeroen Onck, Senior consulent natuur, milieu en duurzaamheid bij Gemeente Utrecht

 

Jeroen Onck

De ongemakkelijke nuance

17-11-2013 - Jeroen Onck, Senior consulent natuur, milieu en duurzaamheid bij Gemeente Utrecht

 

 Hak van Nispen tot Pannerden

Scholen zijn rampzalig!

24-10-2013 - Hak van Nispen tot Pannerden, Directeur SME Advies

 

Hak van Nispen tot Pannerden

Eerste dinsdag van september is nieuwe Prinsjesdag

02-09-2013 - Hak van Nispen tot Pannerden, Directeur SME Advies

 

Arjen Wals

Why sustainability cannot and should not be taught: a call for reflexivity, transformation and deep learning in turbulent times

04-03-2013 - Arjen Wals, Professor of Social Learning and Sustainable Development

 

Arjen Wals

Fifty Shades of Green – why the Green Economy cannot be business as usual and ESD cannot be education as usual…

01-11-2012 - Arjen Wals, Professor of Social Learning and Sustainable Development

 

Arjen Wals

Action Research & Community Problem Solving and The Acoustics of Social Learning

21-09-2012 - Arjen Wals, Professor of Social Learning and Sustainable Development

 

Jeroen Onck

Nestwarmte, duurzame bron van energie?

29-06-2012 - Jeroen Onck,

 

NMEpodium is een samenwerkingsverband van IVN, GDO, Veldwerk Nederland, SMEAdvies en VVM Sectie NME en is financieel mogelijk door het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.